Ik heb geen woorden meer
voor hen.
Alleen stilte.
Niet de stilte van buigen,
maar die van iemand
die genoeg heeft gezien.
De walging is niet weg
ze is kalm geworden,
gestold
in iets dat lijkt
op zekerheid.
Ik hoef niet langer te begrijpen
waarom.
Sommige mensen
leven zonder ruggengraat
en noemen dat
vrijheid.
Ze spreken
over eerlijkheid
met monden
die nog naar leugen smaken.
Ik sta daar
niet meer naast.
Ik adem erboven.
Hun lucht
is niet langer
de mijne.