Ik vouw mezelf open
zoals je een oude map opent
stof in de lucht, papier dat fluistert
van lang verzwegen waarheden.
De bladzijden plakken
alsof herinneringen elkaar vasthouden
uit pure noodzaak.
Naam: bekend,
Gezicht: het soort dat blijft hangen in de ogen van vreemden.
Stem: kneedbaar als klei, vormt zich naar elke ruimte.
Handtekening: een dagelijks veranderend spoor, alsof ik mezelf telkens opnieuw herschrijf.
Ik schrijf enkel feiten.
De gevoelens
laat ik langs de randen lekken.
Dat heet objectiviteit.
Dat heet ook verdwijnen
zonder dat iemand het merkt.
Spraak: te keurig, vooral wanneer het pijn doet.
Reflex: glimlachen, een oud wapen tegen stille gevaren.
Slaap: licht, alsof ik waak over iets dat al lang verloren is.
Herinnering: vlijmscherp op details, mistig op wie ik daar was.
Ik blader door mezelf heen.
Er ontbreken stukken.
Iemand heeft pagina’s gescheurd
ik misschien
en mij geleerd te doen
alsof dat hoort.
Mogelijke motieven:
overleven.
niet storen.
lief blijven
om niet kwijt te raken wat veilig voelt.
Ik staar naar de foto vooraan:
ik ken haar.
Ik weet wie ze was.
Maar ik durf niet zweren
dat ik haar nog ben.
Conclusie:
ik ben niet weg.
Ik ben verstrooid geraakt,
als losse bladen
in een storm zonder richting.
Ik sluit het dossier.
Niet omdat het af is,
maar omdat ik voel
hoe dichtbij de waarheid trilt.