Achter mijn ribben
ontvouwt zich een stil landschap
waar nooit een voetstap valt.
Soms steekt er wind op
een flard herinnering,
een vergeten woord,
een blik die bleef haken
in de tijd.
Ik lach naar buiten,
alsof niets beweegt,
terwijl binnen stormen razen
die niemand ziet.