Ik sta op een weg
waar niemand met me meekijkt.
Links klinkt als rust,
rechts trekt als een herinnering
die niet loslaat.
De grond onder me twijfelt mee,
en er is geen bord
dat zegt wat later
minder pijn zal doen.
Alleen het zachte kraken
van twijfel tussen mijn ribben.
Mensen zeggen
dat keuzes duidelijk worden,
maar mijn kompas draait rondjes,
elke pijl een plek
waar ik alleen zal staan.
Dus sluit ik mijn ogen,
wens even dat iemand naast me ademt
maar als ik kijk,
ben ik het alleen.
Ik stap vooruit,
niet uit zekerheid,
maar omdat blijven staan
nog meer pijn doet.
En in dat eerste voetgeluid
hoor ik dat ik het kan.