Je hoeft niet altijd diegene te zijn die alles draagt

Je hoeft niet altijd sterk te zijn.
Ik weet dat je dat moeilijk te geloven vindt, omdat je het al zo lang wél bent. Zo lang zelfs, dat mensen om je heen jouw kracht als iets vanzelfsprekends zijn gaan zien. Alsof het bij je hoort. Alsof het niet anders kan. Alsof jij degene bent die het “nu eenmaal aankan”.

Maar zelfs kracht heeft rust nodig.
Zelfs een schouder die veel gewend is, kan op een dag gewoon pijn doen.

 

Wanneer “sterk zijn” een rol wordt

Er is niemand die continu kan blijven geven, blijven dragen, blijven rechtstaan zonder ooit even te wankelen. En toch behandel jij jezelf alsof dat precies is wat er van je verwacht mag worden.

“Ze kan dat wel.”
“Zij redt zich altijd.”
“Jij bent zo sterk.”

Je hoort het vaak genoeg om het bijna te geloven. Tot je ’s avonds in je bed ligt, in het donker, en voelt hoe moe je eigenlijk bent. Niet alleen lijf-moe, maar ziel-moe. De soort vermoeidheid die komt van altijd maar doorgaan. Nooit helemaal gebroken, maar ook nooit echt uitgerust.

 

Je voelt meer dan anderen, en dat kost iets

Je voelt meer dan de meeste mensen om je heen.
Dat is geen overdrijving. Je sensor staat gewoon hoog afgesteld.

Je pikt de sfeer op zodra je een kamer binnenkomt.
Je voelt spanning tussen mensen nog voor er een woord gezegd is.
Je merkt kleine veranderingen, subtiele zuchten, flikkeringen in blikken.

Dat maakt je vaak moe. Want terwijl anderen gewoon doorgaan, ben jij voortdurend aan het scannen, aan het voelen, aan het verwerken.

 

“Te veel voelen” is ook een gave

En toch. Datzelfde te veel voelen is ook je grootste gave.

Jouw gevoeligheid is geen last, al heeft de wereld je dat al vaak doen denken. Het is je kompas. Het wijst je naar wat echt is. Naar mensen die pijn hebben maar het verbergen. Naar situaties die niet kloppen, ook al doet iedereen alsof alles normaal is.

Het zorgt ervoor dat je liefhebt met een diepte die zeldzaam is. Dat je kan zorgen op een manier die verder gaat dan praktische hulp. Dat je aanwezig kan zijn voor iemand zonder alles in woorden te moeten gieten.

Maar ja. Het maakt je ook kwetsbaar. Je vangt dingen op die niet voor jou bedoeld leken. Je raakt uitgeput van altijd alles zo scherp te voelen.

En dan zijn er die momenten waarop je je intens alleen voelt, zelfs in een kamer vol mensen.

 

De glimlach die het allemaal moet dragen

Je lacht.
Je maakt grapjes.
Je functioneert.

Maar achter je ogen brandt iets. Tranen die blijven hangen, omdat nu “niet het moment” is. Omdat je niet wil storen. Omdat jij degene bent die voor sfeer moet zorgen, niet degene die ze “verpest”.

Je kent de kunst van het verbergen ondertussen door en door. Hoe je met één zin een gesprek wegleidt van je eigen pijn. Hoe je anderen geruststelt door te zeggen dat het wel meevalt. Hoe je stil wordt net op het moment dat je eigenlijk luid zou mogen zijn.

 

Je mag wel zeggen dat het pijn doet

Vergeet niet: je hoeft niet altijd te verbergen.

Je mag kwetsbaar zijn.
Je mag zeggen:
“Dit doet pijn.”
“Ik ben moe.”
“Ik weet het even niet meer.”

Niet omdat je zwak bent. Maar omdat je mens bent.

En ja, soms lijkt het alsof niemand écht luistert. Alsof jouw zachte “ik kan niet meer” overstemd wordt door het lawaai van andermans leven. Alsof jouw grenzen minder dringend zijn dan hun agenda.

Maar zelfs als niemand reageert zoals jij nodig had, ben jij er nog.

 

Jij bent je eigen getuige

Jij bent je eigen getuige.

Jij hebt elke nacht meegemaakt waarin je wakker lag.
Jij kent elk moment waarop je toch nog opstond, terwijl alles in je lijf zei dat het genoeg was.
Jij weet hoeveel moeite het kostte om te blijven geven, zelfs toen je hart barstte.

Je bent niet de som van je verliezen. Je bent niet alleen maar opgebouwd uit alles wat je is afgenomen.

Je bent de kracht die telkens weer overeind komt.
De liefde die je bleef geven, zelfs toen het eigenlijk veiliger was geweest om je hart dicht te timmeren.
De zachtheid die je weigerde op te geven, ook al behandelde de wereld je vaak alsof dat naïef was.

 

Kijk niet alleen naar de breuklijnen

Je ziet jezelf misschien vooral langs de breuklijnen. Langs wat misliep. Langs wie is weggegaan. Langs momenten waarop jij jezelf niet herkende.

Maar kijk ook eens naar wat er ondanks alles gebleven is.

Je vermogen om mee te voelen.
Je neiging om toch nog te troosten.
Je reflex om iemand een bericht te sturen als je voelt dat er iets niet oké is.
Je glimlach, zelfs al is hij soms moe.

Dat is niet niks. Dat is geen restproduct. Dat is een vorm van kracht die veel dieper gaat dan “het wel allemaal aankunnen”.

 

Mild zijn is óók een keuze

Misschien is het net daarom zo belangrijk dat je nu milder wordt voor jezelf.

Wees mild. Wees niet nog eens streng bovenop alles wat je al gedragen hebt. Je hoeft niet elk moment van de dag te presteren, te bewijzen, te rechtvaardigen waarom je moe bent.

En je hoeft niet bij alles te denken dat anderen het erger hebben, en dat je dus geen recht hebt op je eigen pijn. Pijn is geen wedstrijd. Niemand wint daar iets mee, behalve misschien een extra burn-out en een gratis abonnement op “doorgaan tot het kraakt”. (Niet aan te raden.)

Laat de muren zakken. Al is het maar een beetje. Al is het maar bij één iemand. Al is het maar bij jezelf.

 

Leren vragen is geen falen

Je hoeft niet alles alleen te dragen, ook al voelt het vaak zo.

Je hebt misschien geleerd dat jij degene moet zijn die overeind blijft terwijl anderen wankelen. Maar dat is maar één versie van het verhaal. Er mag ook een hoofdstuk zijn waarin jij gedragen wordt.

En zelfs als er op dit moment niemand naast je staat zoals jij het eigenlijk nodig hebt, wil dat niet zeggen dat jij minder verdient. Het wil zeggen dat je nog niet vaak genoeg geoefend hebt in vragen. In tonen. In niet altijd de sterke rol aannemen.

Dat mag je leren. Stapje per stapje. Zonder examen. Zonder rapport.

 

Een vlam hoeft niet altijd te branden als een fakkel

Want zelfs in je donkerste momenten blijf jij licht. Je ziet het misschien niet altijd zelf, maar anderen doen dat wel. In hoe je luistert. In hoe je kleine dingen onthoudt. In hoe je ruimte maakt voor verdriet bij iemand anders, ook als je eigen hart vol is.

Dat licht is genoeg. Meer dan genoeg.

En je hoeft het niet voortdurend fel te laten branden. Ook een vlam die zachtjes brandt, is nog altijd vuur.

 

Tot slot

Dus als je dit leest, adem eens diep in.
En nog dieper uit.

Je hoeft vandaag niet alles te kunnen.
Je hoeft niet voor iedereen tegelijk te zorgen.
Je hoeft niet te doen alsof het allemaal wel gaat.

Je mag even leunen.
Je mag zachter zijn.
Je mag tegen jezelf zeggen:

Ik hoef niet altijd sterk te zijn om iets waard te zijn.