Rouw is een tweede taal

Rouw is geen moment. Het is een taal die ge ineens moet leren spreken, zonder lessen, zonder handleiding, zonder iemand die zegt: “Zo doet ge dat juist.”

En het irritante is: ge spreekt die taal niet alleen met woorden. Ge spreekt ze met uw lichaam. Met uw adem. Met uw slaap. Met hoe ge plots schrikt van stilte. Met hoe ge op een random dinsdag wordt overvallen door een herinnering alsof iemand een deur openzet waar ge niet naar gekeken had.

Rouw komt niet binnen met een aankondiging. Rouw staat er al, en gij moet ermee leren leven.

De eerste misvatting: dat het “beter” wordt

Mensen zeggen dat vaak. “Het wordt beter.”

Soms bedoelen ze: het wordt minder scherp. Soms bedoelen ze: ge went eraan. Soms bedoelen ze gewoon: ik weet niet wat ik moet zeggen, maar ik wil u niet alleen laten.

Maar ik heb gemerkt: rouw wordt niet kleiner. Ge wordt groter.

Niet op een heroïsche manier. Niet met muziek op de achtergrond.
Ge wordt groter omdat ge geen keuze hebt.

Ge groeit rond het gemis. Ge bouwt een leven dat er plaats voor maakt. Ge leert dat ge tegelijk kunt functioneren en breken. Dat ge kunt lachen en toch iets missen dat nooit meer terugkomt.

De rouw die niemand ziet

De meeste rouw is onzichtbaar.

Het is iets willen delen en uw mond die dichtvalt omdat ge weet dat het adres niet meer bestaat.
Het is het besef dat uw leven doorgaat, maar uw hart soms achterblijft.

Ge kunt overdag alles doen dat moet. Werken, regelen, zorgen, praten. En ’s avonds in bed ineens voelen dat uw borstkas vol zit, alsof ge de hele dag uw verdriet hebt meegedragen in uw jaszak.

En niemand ziet dat. Want ge zijt “sterk”. En sterk ziet er van buitenaf vaak hetzelfde uit als: alleen.

Verdriet is niet het enige gevoel

Er is een mythe dat rouw één emotie is: verdriet.

Maar rouw is een hele familie.

Verdriet, ja.
Maar ook boosheid. Op het leven, op timing, op oneerlijkheid.
Jaloezie. Naar mensen die nog een mama kunnen bellen alsof dat nog normaal is.
Schuldgevoel. Omdat ge jaloers zijt. Omdat ge lacht. Omdat ge vergeet. Omdat ge doorgaat.
Opluchting soms, als er lang zorg of spanning was, en dan schaamt ge u daarvoor.
En leegte. De zwaarste. Omdat leegte niks vraagt, maar alles neemt.

Ge kunt op één dag vijf verschillende gevoelens hebben en u afvragen of ge gek aan het worden zijt.

Ge wordt niet gek.
Ge rouwt.

De rare momenten waarop ge “oké” zijt

Ik vind dat bijna het moeilijkste.

Dagen waarop ge u even normaal voelt. Waarop ge denkt: kijk, het gaat.

En dan komt er een schuldgevoel alsof ge iemand verraadt. Alsof verdriet de enige loyale vorm van liefde is.

Maar liefde is niet hetzelfde als pijn.
Ge moogt een dag hebben die licht is. Ge moogt lachen zonder dat dat betekent dat ge minder mist. Ge moogt een toekomst bouwen zonder dat ge het verleden uitwist.

Rouw vraagt niet dat ge elke dag kapot gaat om te bewijzen dat ge iemand graag zag.

Triggers zijn geen terugval

Een geur. Een liedje. Een plaats. Een zin.
En ineens zijt ge terug in die andere wereld, waar het nog net gebeurd was, waar het nog niet “verwerkt” was, waar ge nog niet wist hoe ge verder moest.

Veel mensen noemen dat een terugval.

Ik noem dat: rouw die ademhaalt.

Het komt en het gaat. Soms zacht, soms hard.
En als ge het begint te zien als golven in plaats van als falen, wordt ge er minder bang van. Ge leert: dit mag er zijn. Dit is normaal. Ik hoef mij hier niet tegen te schamen.

Rouw verandert uw identiteit

Rouw is niet alleen iets dat ge voelt. Rouw verandert wie ge zijt.

Ge kijkt anders.
Ge hebt minder geduld voor oppervlakkigheid.
Ge kunt minder verdragen van mensen die doen alsof alles simpel is.
Ge wordt gevoeliger voor tijd, voor betekenis, voor echtheid.

Soms voelt dat als verlies bovenop verlies: ge mist iemand, en ge mist ook uzelf van “voor”.

Maar die versie van u was nog niet getekend door deze leegte.
En ge kunt haar niet terughalen.

Wat ge wel kunt doen, is een nieuwe versie van uzelf bouwen met die leegte erbij. Niet mooier. Niet sterker. Gewoon: echter.

Wat echt helpt

Niet de grote zinnen. Niet de clichés. Niet “ge moet loslaten”.

Wat helpt is klein.

Iemand die blijft.
Iemand die uw naam zegt zonder ongemak.
Iemand die niet stilvalt als ge huilt.
Iemand die u niet probeert te fixen, maar u gewoon laat bestaan.

En ook: uzelf toelaten om het niet mooi te doen.

Rouw is niet elegant. Rouw is niet productief. Rouw is niet netjes.
Rouw is gewoon: liefde die nergens meer naartoe kan, behalve door u heen.

Mijn besluit

Ik ga rouw niet beschrijven als iets dat ge “overwint”.
Ik ga rouw niet behandelen als een probleem dat opgelost moet worden.

Rouw is het bewijs dat er liefde was.
Rouw is de afdruk van iemand die groot genoeg was om een leegte achter te laten.

En ik zal leren leven met die leegte.
Niet door haar te ontkennen.
Maar door haar een plek te geven.

In mijn dagen.
In mijn woorden.
In mijn adem.

Ik draag het.
En ik blijf.