Mensen die 'het goed bedoelen' en toch verkeerd landen

Er zijn zinnen die je bijna niet kan haten, omdat ze zo netjes verpakt zijn. Zinnen met zachte randen. Zinnen die klinken alsof ze in een kaartje staan dat je koopt bij een tankstation omdat je geen tijd had om echt na te denken.

“Alles gebeurt met een reden.”
“Je moet het gewoon loslaten.”
“Je bent zo sterk.”
“Geef het tijd.”

En kijk, ik snap het. Mensen willen helpen. Mensen willen iets zeggen dat het lichter maakt. Maar sommige zinnen landen niet als een pleister. Ze landen als een vinger op een blauwe plek.

Niet omdat ze kwaad bedoeld zijn.
Maar omdat ze te klein zijn voor wat jij aan het dragen bent.

Het probleem is niet de zin, het probleem is het gemak

Wat mij stoort, is niet altijd de boodschap. Het is de luiheid erachter. De snelheid. Het feit dat sommige mensen je verdriet behandelen alsof het een melding is die je gewoon kan wegklikken.

Alsof het leven een app is:
“Deze emotie wil updates sturen. Wil je dit toestaan?”
En jij moet dan kiezen tussen “toestaan” en “niet nu”.

Maar zo werkt het niet.

Sommige dingen blijven gewoon even naast je lopen.
Niet om je te pesten.
Gewoon omdat ze nog niet klaar zijn om stil te worden.

Ik heb geen advies nodig, ik heb aanwezigheid nodig

Er zijn momenten dat ik niet zoek naar oplossingen. Ik zoek naar iemand die niet meteen begint te fixen. Iemand die niet zenuwachtig wordt van stilte. Iemand die niet denkt dat empathie hetzelfde is als een TED Talk in twee zinnen.

Soms is het al genoeg als iemand zegt:
“Dat klinkt zwaar. Ik weet ook niet wat ik moet zeggen, maar ik ben er.”

Dat is geen zwakte. Dat is eerlijkheid.
En eerlijkheid is vaak veel comfortabeler dan valse hoop in een glanzend jasje.

“Je bent zo sterk” is soms een vermomde opdracht

Die zin, hè. “Je bent zo sterk.”
Mensen zeggen dat alsof het een compliment is. En soms is het dat ook.

Maar soms klinkt het als:
“Blijf vooral sterk, want ik kan niet aan wat er gebeurt als jij even breekt.”

Alsof sterk zijn iets is dat je moet blijven aanhouden zodat anderen niet in paniek slaan.
Alsof je pijn pas geldig is als je er nog elegant bij kan staan.

Ik ben niet gemaakt om altijd sterk te zijn.
Ik ben gemaakt om mens te zijn.

En mens zijn is rommelig.
Mens zijn is wisselend.
Mens zijn is soms gewoon: vandaag lukt het niet mooi.

Troost is geen zin, troost is gedrag

Troost is iemand die je koffie maakt zonder er iets bij te zeggen.
Troost is een berichtje dat niet vraagt om een update, maar gewoon zegt: “Ik dacht aan je.”
Troost is iemand die je niet behandelt alsof je “bijna weer normaal” bent.

Troost is ook: grenzen respecteren.
Niet blijven duwen met vragen.
Niet je verhaal opeisen uit nieuwsgierigheid.

Want dat gebeurt ook.

Sommige mensen willen niet troosten, ze willen begrijpen omdat ze nieuwsgierig zijn. Ze willen details. Ze willen het kunnen samenvatten. Ze willen grip op jouw chaos, terwijl jij er zelf nog middenin zit.

Ik ben niet ondankbaar, ik ben selectief

Ik wil niet bitter zijn. Echt niet.
Ik wil geen mens worden die overal prikkeldraad rond zichzelf spant.

Maar ik word wel selectiever.
Niet iedereen verdient toegang tot mijn binnenkant.
Niet iedereen kan luisteren zonder het te herleiden tot een mening of een oplossing.

Sommige mensen zijn goed voor een praatje.
Andere mensen zijn goed voor je hart.

En dat verschil ga ik dit jaar niet meer negeren, gewoon omdat ik beleefd wil blijven.

Tot slot

Als je niet weet wat je moet zeggen tegen iemand die het moeilijk heeft, zeg dat dan.
Dat is al zeldzaam.

Als je wél iets wil doen, doe iets kleins dat echt is.
Geen grote woorden.
Geen zinnen uit een motivational kalender.

Gewoon mens.

Want uiteindelijk is dat het enige dat echt helpt:
iemand die niet wegkijkt.