Dagen worden rekbaar, nachten worden kort.
Er bestaat kloktijd. De tijd van uurroosters, afspraken, schoolpoorten en “we spreken af om half zes”. Die tijd tikt netjes door, alsof hij een contract heeft en geen ruimte laat voor discussie.
En dan is er rouwtijd.
Die komt niet met cijfers, maar met gewicht.
Kloktijd vs. rouwtijd
Rouw maakt tijd persoonlijk. Niet op de leuke manier, niet als “op maat gemaakt”, maar als: hij blijft aan je mouw hangen. Je merkt ineens dat minuten niet meer dienen om dingen te meten, maar om dingen te dragen.
Soms kijk je op de klok en denk je: dit kan niet kloppen. Het kan geen kwart na tien zijn, want ik heb al een heel leven achter mij sinds acht uur. Niet door wat je deed, maar door wat je voelde. Door wat je probeerde te begrijpen.
Dagen die uitrekken
Rouw maakt van een dag geen dag meer, maar een gang die langer wordt naarmate je erin loopt. Elk uur neemt meer plaats in. Elk klein moment krijgt volume.
Je staat aan het aanrecht. Water kookt. De was wacht. Je telefoon ligt stil. En toch is er plots een uur voorbij. Niet omdat je productief was. Maar omdat je even “weg” was in jezelf. Omdat er een herinnering openging zoals een deur die je niet wilde aanraken.
De rekbaarheid zit precies waar je hem niet nodig hebt: in het wachten, in de stilte, in de pauzes tussen twee dingen die eigenlijk gewoon moesten gebeuren.
Nachten die krimpen
Nachten worden kort, niet omdat je sneller slaapt, maar omdat slapen zijn functie kwijt is. Vroeger was de nacht een pauze. Nu is het een onderhandeling.
Je gaat liggen en je lijf doet alsof het begrijpt wat rust is. Maar je hoofd blijft een kamer waar het licht aanblijft. Soms denk je niet eens in zinnen, maar in beelden. Flarden. Een stem die je weer hoort. Een geur die nergens vandaan komt en toch alles openzet. Je ogen dicht en meteen staat het er weer: het moment waarop “voor” veranderde in “na”.
Je valt even weg en wordt wakker alsof je net pas je ogen sloot. Je slaap is geen diepe zee meer, maar een ondiepte waar je knieën nat worden en dat was het.
Vermoeidheid zonder slaaptekort
Overdag ben je moe op een manier die niet op te lossen is met “vroeg in bed”. Je bent moe omdat rouwtijd niet gewoon voorbijgaat, maar aan je trekt. Alsof je lichaam een meetlint is dat telkens opnieuw wordt uitgerekt en terug geslingerd.
Je functioneert, je doet je best, je zet stappen. En toch voelt het alsof je in een andere snelheid leeft dan de wereld. De wereld lijkt haastig. Jij probeert vooral niet omver te vallen.
De agenda wordt een grap
Rouw heeft weinig respect voor planningen. Je agenda kan volstaan met “moetens”, maar rouw zet daar doodgemoedereerd iets tussen dat alles overschrijft: vandaag is overleven een taak op zich.
En soms, als het even “normaal” gaat, komt schuld binnen met een mapje onder de arm, heel professioneel:
“Excuseer, maar u vergat net even dat u iemand mist.”
Alsof even ademhalen een soort verraad is. Alsof lachen een bewijsstuk is tegen je liefde. Alsof je pas trouw bent aan gemis wanneer je stilvalt.
“Geef het tijd” is te eenvoudig
Mensen zeggen vaak: “Geef het tijd.” Alsof tijd een dokter is met een receptje.
Maar tijd in rouw is geen dokter. Tijd is het terrein. En jij bent degene die erdoor moet. Met terugvallen. Met dagen waarop je denkt dat je achteruitgaat. Met momenten waarop je beseft dat je niet geneest van missen, maar leert leven mét het feit dat het blijft.
Dat is geen overwinning. Dat is aanpassing. Dat is opnieuw leren ademen in een wereld die niet meer dezelfde is.
Het nieuwe uurwerk
En toch, heel stil, gebeurt er iets. Niet spectaculair, niet met vuurwerk. Eerder in minieme verschuivingen die je pas ziet als je achterom kijkt.
Op een dag merk je dat de ochtend niet meteen een klap is, maar eerst een adem. Op een dag merk je dat je de avond haalt zonder dat je de hele tijd op je tanden beet. Op een dag merk je dat je iemand kunt missen en tegelijk iets kunt doen dat niet alleen maar pijn is.
De dagen blijven rekbaar. De nachten blijven soms kort.
Maar ergens tussen die vreemde uren leer je lezen in een nieuw uurwerk.
Niet omdat je ervoor gekozen hebt.
Maar omdat je gebleven bent.