Het masker dat ik naar het werk meeneem

Gisteren zei mijn collega:
“Alez, maar zeg nu eens echt eerlijk. Hoe komt het dat jij hier op het werk altijd zo simpel loopt en je toch zo goeie teksten kunt schrijven?”

Ik moest lachen. Niet omdat het stom was, maar omdat het raak was. Zo’n opmerking die je eerst hoort als een compliment, en dan pas voelt als een vinger op een plek waar je zelf al lang rondloopt zonder te kijken.

Ik antwoordde:
“Omdat ik hier op het werk helemaal anders ben dan thuis.”

En dat was waar. Alleen wist ik op dat moment nog niet hoeveel er in die zin zat.

De werkversie van mij

Op het werk ben ik een versie die snel lacht. Een versie die “ça va” kan zeggen zonder dat het een uitleg wordt. Een versie die doorloopt, meedraait, inpakt, vooruitgaat. De versie die iedereen herkent als: “die is precies altijd oké.”

Die werkversie is niet nep. Dat wil ik even duidelijk zeggen. Het is niet gespeeld, niet gelogen. Het is gewoon… geselecteerd. Zoals je in een winkel niet met je volledige kelder naar buiten wandelt, maar enkel met wat je nodig hebt.

Ik draag op het werk alleen de bovenste laag.

Thuis ben ik zonder publiek

Thuis bestaat er geen productie. Geen tempo dat je móét halen. Geen collega die je uit een stilte trekt. Thuis is er ruimte, en ruimte is gevaarlijk als je hoofd vol zit.

Thuis ben ik minder “simpel”. Niet omdat ik moeilijk wil doen, maar omdat er niks is dat mij afleidt van wat ik voel. Thuis komt alles in detail. Daar hoor ik mezelf denken. Daar kan ik niet verdwijnen achter taken en grapjes. Daar sta ik plots oog in oog met wat ik op het werk netjes in mijn zakken houd.

En als je dat eenmaal weet, begrijp je ook waarom schrijven vaak pas thuis begint.

Het masker is geen leugen, het is bescherming

Ik zei het tegen mijn collega en ik bedoelde het echt: werk is voor mij een masker. Een plek waar ik even kan doen alsof alles goed loopt.

Dat klinkt triest, maar eigenlijk is het ook slim. Het is een vorm van overleven die ik mezelf heb aangeleerd. Op het werk kan ik functioneren. Ik kan nuttig zijn. Ik kan even “gewoon” zijn.

Sommige mensen gebruiken stilte als masker. Ik gebruik energie.
En ja, dat is soms vermoeiend, want positieve energie is niet altijd een bron. Soms is het een spier.

Waarom ik anderen blij wil maken

Er zit nog iets onder. Ik voel vaak haarfijn aan wanneer iemand het lastig heeft. Zelfs als ze niets zeggen. Misschien juist omdat ik zelf goed weet hoe het voelt om te doen alsof.

En dan gebeurt er iets in mij: een reflex om het lichter te maken. Een grapje. Een glimlach. Iets kleins waardoor de sfeer niet zakt. Alsof ik met mijn energie een soort noodgenerator wil zijn, niet alleen voor mezelf, maar ook voor anderen.

Niet omdat ik iedereen wil redden.
Maar omdat ik weet hoe donker het kan worden als niemand even het licht aandoet.

En soms is dat ook egoïstisch, op een zachte manier: als ik jou blij maak, blijft de wereld rondom mij even vriendelijk. En dat helpt mij ook.

“Simpel” is niet hetzelfde als “leeg”

Wat mijn collega zei, zat vol clichés die mensen vaak denken: als je simpel loopt, kan je niet diep zijn. Als je lacht, kan je niet schrijven. Als je praktisch bent, kan je niet poëtisch zijn.

Maar dat is onzin.

Simpel lopen betekent vaak gewoon: ik ben aan het functioneren. Ik kies mijn gevechten. Ik hou mezelf beweeglijk. Ik maak ruimte in mijn hoofd door mijn lichaam dingen te laten doen. Mijn handen doen het werk, mijn binnenkant wacht tot het veilig is om te spreken.

En schrijven… schrijven is waar alles wat ik niet hardop zeg wél naar buiten mag.

Schrijven is de plek zonder masker

In mijn teksten hoef ik niet te kiezen welke versie van mij bruikbaar is. In schrijven mag alles naast elkaar bestaan: de luchtige versie en de zware versie. De grap en de brok in de keel. De nuchtere zinnen en de rauwe waarheid.

Op papier is er geen “doe normaal”.
Daar is er alleen: wees eerlijk.

En misschien is dat het antwoord dat ik eigenlijk gaf, zonder het zo te zeggen: op het werk houd ik mezelf bij elkaar. In mijn teksten laat ik mezelf los.

Twee werelden, één persoon

Ik ben niet dubbel. Ik ben niet “anders” op een onzuivere manier. Ik ben dezelfde persoon met meerdere soorten overlevingsmodus.

Op het werk: de versie die doorloopt.
Thuis: de versie die voelt.
In mijn teksten: de versie die alles eindelijk mag zeggen.

En eerlijk… het is misschien net daarom dat ik kan schrijven. Omdat ik weet hoe het is om met een glimlach door te werken terwijl er vanbinnen dingen verschuiven. Omdat ik weet hoe het voelt om sociaal te zijn met een muur achter je ribben. Omdat ik weet dat “simpel” soms alleen maar betekent: ik probeer het vandaag haalbaar te houden.

Dus ja, lieve collega, dat is hoe dat komt.
Ik loop hier simpel, omdat ik hier moet kunnen ademen.
En ik schrijf goed, omdat ik thuis eindelijk durf uit te ademen.